Feme hof

Het vonnis was: vrijspraak of de dood
De Feme was een soort middeleeuws strafrechtsysteem dat vooral in de Westfaalse regio veel voorkwam en ontstond in een tijd van grote rechtsonzekerheid aan het begin van de 13e eeuw. Het bestond uit processen voor ernstige misdaden zoals roof, brandstichting, moord, verkrachting, valsheid in geschrifte, meineed en kerkelijke overtredingen. Het vonnis was vrijspraak of de doodstraf. De doodstraf werd uitgevoerd door ophanging en uitgevoerd door een lekenrechter.
De deelnemers onder leiding van de zogenaamde stoelheer waren vrije burgers, lekenrechters genoemd, die de hoorzittingen in het geheim hielden. De dagvaarding van de beklaagde werd opgehangen aan zijn voordeur, het tuinhek of de stads- of kasteelpoort. De beschuldigde moest dan voor de Femegericht verschijnen. Als een gedagvaarde beklaagde het proces niet bijwoonde, kon hij bij verstek worden veroordeeld en kon hij vervolgens verwachten op elk moment te worden geëxecuteerd zonder kennisgeving van het vonnis.
De heemkundige kring richtte een Femegericht op op de brug bij de Borg. Er zijn aanwijzingen voor het bestaan van een feme rechtbank op het grondgebied van Lüdinghausen tussen 1230 en 1550. De feme jurisdictie viel waarschijnlijk vanaf de 15e eeuw onder de verantwoordelijkheid van de eigenaren van het kasteel Lüdinghausen. In het midden van de 17e eeuw wordt hier nog melding gemaakt van een hof onder de lindebomen in de Borg.